Tijdslijnen

Volgens de schrijvers van Wake Up! hebben alle profetieën die we in het Oude Testament vinden weinig of geen concrete waarde gehad voor de eerste hoorders. Ze krijgen pas hun betekenis in de periode nét voorafgaand aan de tijd waarin de profetie werkelijkheid wordt. In hun visie is profetie namelijk vooral verre toekomstvoorzegging.

Vandaar dat zij de visioenen van Daniel als een gedetailleerde voorzegging zien van de laatste periode voorafgaande aan de wederkomst van de Messias. Daarnaast verbinden zij allerlei ‘puzzelstukjes’ die de profeten in het Oude Testament aangedragen hebben met de visioenen in het bijbelboek Openbaring en met de gebeurtenissen die wij vandaag in de wereldgeschiedenis meemaken.

Met behulp van deze gegevens en uitgangspunten trekken de schrijvers in het 3e hoofdstuk van Wake Up! zeven tijdslijnen van de bijbel naar vandaag, die duidelijk moeten maken dat de komst van Jezus Christus aanstaande is. Daar verbinden ze vervolgens de oproep aan dat het noodzakelijk is je nu ernstig en haastig op die komst voor moet bereiden. Deze 7 tijdslijnen worden steeds gedetailleerder ingevuld.

  1. Eén dag als 1000 jaar

De scheppingsweek telde 7 dagen met als 7e dag de sabbat, die een verwijzing is naar het 1000-jarig Vrederijk. Van de schepping tot de kruisiging is 4000 jaar, sinds die tijd is 2000 jaar verstreken. Op basis daarvan concluderen de schrijvers dat de 6e dag voorbij en de 7e dag aanstaande is. In Hosea 6 : 2 wordt geprofeteerd dat God Israel na twee dagen zal redden van de dood en op de derde dag zal laten opstaan. Het is nu 2000 jaar na de hemelvaart van Christus en nu is ´de vijgenboom´ – een beeld van Israel – ontspruit. Die werkelijkheid is duidelijk geworden in de stichting van de staat Israel in 1948. Dat klopt met de aankondiging van Jezus in Matteüs 24 : 32 dat de ´zomer´ binnenkort gaat aanbreken. Dit is in overeenstemming met de leer van de Joodse rabbijnen, die ook geloofden dat het Vrederijk na 6000 jaar zou aanbreken. Ook de vroege kerkvaders uit de begintijd van de kerk en theologen van de Nadere Reformatie in de 17e eeuw zouden deze verwachting gekoesterd hebben. Alle reden dus volgens de schrijvers om er vanuit te gaan, dat het 1000-jarige Vrederijk binnenkort zal aanbreken.

2.  Het beeld van Nebukadnessar in Daniël 2

Het beeld in de droom van Nebukadnessar in Daniël 2 is samengesteld uit verschillende materialen: het hoofd goud, de borst zilver, de buik koper, de benen ijzer en de voeten van ijzer en leem. De verschillende delen staan voor de opeenvolgende wereldrijken in de geschiedenis: van het Babylonische wereldrijk (het gouden hoofd) tot vandaag toe. Zo staan de benen van ijzer voor het Romeinse rijk van 168 voor Chr. tot de 5e eeuw (of als je het Ottomaanse rijk ook nog meerekent tot 1922) en de voeten voor de Laatste Wereldorde. Kern van de droom is, dat het beeld vernietigd wordt door een door God zelf losgemaakte steen die staat voor Jezus Christus. Na de totale vernietiging van het beeld en het verdwijnen van de Laatste Wereldorde zal het Vrederijk aanbreken.

3.   De verdeling van de wereldtijd in perioden van 490 jaar

God rekent in perioden van 490 jaar. De belangrijkste grondslag daarvoor is Daniël 9 : 24, waar een periode van 70 week vastgesteld is voor het volk Israel en de heilige stad, ‘voordat aan de overtredingen een einde komt en de zonden zijn afgesloten, voordat het wangedrag is vergolden en eeuwige gerechtigheid is gebracht, voordat het profetisch visioen is bezegeld en het allerheiligste is gewijd’. Volgens het principe dat 1 dag staat voor 1 jaar betekent dit een periode van (70 weken x 7 dagen per week =) 490 jaar.

Volgens de schrijvers van Wake Up! kun je de geschiedenis van de schepping tot de kruisiging van Jezus indelen in 8 tijdsvakken van 490 jaar: van Adam tot Abraham 4 perioden en dan ieder 1 periode van Abraham tot Exodus, van Exodus tot de tempel van Salomo, van de tempel van Salomo tot de herbouw van de tempel na de ballingschap en van de 2e tempel tot aan de kruisiging.

Deze berekening van 8 tijdvakken van 490 jaar sluit dan precies aan op het gegeven dat de periode van Adam tot de kruisiging 4000 jaar omvat, wanneer je de jubeljaren (elk 50e jaar) – dus 10 jubeljaren per 490 jaar – er nog aan toevoegt.

  1. De geschiedenis verdeeld in 120 jubeljaren

Als je er vanuit gaat dat de wereldgeschiedenis tot nu toe 6000 jaar omvat, dan zijn er 120 jubeljaren voorbij en zal in de komende periode van 50 jaar het 121e jubeljaar aanbreken. Dat kan niet anders betekenen dan dat in deze laatste periode van 50 jaar Gods oordeel zal komen, waarna het definitieve jubeljaar zal aanbreken. Want God heeft zelf gezegd in Genesis 6 : 3, dat de dagen van de mens voortaan 120 jaar zullen zijn. Omdat mensen soms wel ouder worden dan 120 jaar, moet je deze tekst anders opvatten. Volgens de schrijvers van Wake Up! betekent deze tekst, dat God de mensheid niet zal oordelen voordat 120 divisies – of verdelingen – van tijd voorbij zijn gegaan. En met deze divisies van tijd worden dan de jubeljaren bedoeld. Een exacte datum van Gods oordeel is niet te geven, maar het belangrijkste is te beseffen dat alle patronen wijzen op het tijdvak waar wij in leven.

  1. De 70 jaarweken van Daniël 9

Het visioen over de 70 jaarweken van Daniël 9 gaat over de periode van de herbouw van de tempel tot de kruisiging van Jezus. In dit visioen wordt gezegd dat er 69 jaarweken bepaald zijn tussen het moment dat ‘het woord uitging om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen’ tot aan het moment dat ‘een gezalfde zal worden uitgeroeid terwijl er niets tegen hem is.

Volgens de schrijvers zijn deze 69 jaarweken precies de 483 jaar – uitgaande van jaren van 360 dagen – tussen het bevel tot herbouw door Artaxerxes I op 15 maart 445 voor Chr. en de intocht van Jezus in Jeruzalem op de 10e Nisan omgerekend op 6 april 32 na Chr. Dat is de dag, waarop de voorbereiding voor het Pesachfeest van dat jaar plaatsvond. Als de Schriftgeleerden met Daniel gerekend hadden, dan zouden ze ontdekt hebben dat Jezus inderdaad de Messias moest zijn. Je moet de profetie van Daniel dus heel letterlijk nemen.

  1. De tijdslijn naar de vestiging van de staat Israel in 1948

Toch is het niet zo, dat je er nu ook letterlijk vanuit moet gaan dat de 70e jaarweek direct volgde op de kruisiging en hemelvaart van Jezus. Het onheil over Israel werd in de 7 jaar na de hemelvaart namelijk nog niet afgesloten. De vestiging van de staat Israel in 1948 en de totstandkoming van een onverdeelde hoofdstad in 1967 zijn een aanwijzing dat het nu wel zo ver is. Dat betekent dat de 70e periode van 7 jaar binnenkort zal starten.

Als argument hiervoor halen de schrijvers van Wake Up! de profeet Ezechiël aan. God geeft in Ezechiël 4 hem de opdracht 390 dagen op zijn linkerzijde en 40 dagen op zijn rechterzijde te gaan liggen. Dit als aanduiding van het aantal jaren dat het noordelijk rijk Israel en het zuidelijk rijk Juda als straf opgelegd zou krijgen, totaal 430 jaar. We weten dat de ballingschap van Juda 70 jaar duurde, maar wat kun je dan zeggen over de resterende 360 jaar?

Volgens de schrijvers van Wake Up! mag je die 360 jaar verbinden met de waarschuwing in Leviticus 26, dat als het volk zou volharden in het niet houden van Gods geboden, God hun straf met een factor 7 zou vermenigvuldigen. Omdat het volk na terugkeer uit de ballingschap niet tot inkeer kwam en opstandig bleef, kun je de overgebleven 360 jaar met een factor 7 vermenigvuldigen en kom je op 2520 jaar (van 360 dagen) uit. Wanneer je dat getal omrekent naar onze tijdskalender kom je uit op ca. 2483⅘ jaar. Dit is precies de tijd tussen de zomer van 537 voor Chr. – het moment van de terugkeer uit ballingschap – tot 14 mei 1948, de stichting van de staat Israel.  En als je dit aantal jaar berekent vanaf het jaar 518 voor Chr.  – het herstel van Jeruzalem en de tempel na de ballingschap – dan kom je uit op 1967, het jaar waarin Jeruzalem weer de onverdeelde hoofdstad van Israel werd.

Dit betekent opnieuw dat de profetie over het volk Israel geen geestelijke vervulling krijgt, maar een zeer letterlijke vervulling in een herplanting van Israel als zelfstandige natie, zoals we ook zouden lezen in Ezechiël 36 en 37.

  1. Jezus’ aankondiging van zijn wederkomst in Matteüs 24

In Matteüs 24 vertelt Jezus aan zijn leerlingen dat de komst van de Mensenzoon gepaard zal gaan met barensweeën, een intensivering van oorlogen, hongersnoden en aardbevingen. Tegelijk verwijst hij naar het uitbotten van de vijgenboom, die aangeeft dat de ‘zomer’ in aantocht is. Het Hebreeuwse woord voor ‘zomer’ is verwant aan het woord ‘einde’. Dit geeft aan dat Jezus een verband legt tussen het ontspruiten van de vijgenboom en het einde van de tijd en de wederkomst van de Messias. (Zie ook boven onder Tijdslijn 1). Na het planten van de vijgenboom van de staat Israel in 1948 krijgt het in 1967 zijn identiteit terug in een onverdeelde hoofdstad. Niet verwonderlijk, dat de omliggende volken nu tegen Jeruzalem te hoop lopen, zoals Zacharia al profeteerde in Zacharia 12: 2 en 3.

Het belangrijkste is echter, dat Jezus vertelt dat wanneer het moment van het uitspruiten van de vijgenboom aanbreekt, alle gebeurtenissen die hij beschreven heeft binnen één generatie zullen plaatsvinden. Dat betekent dat de wederkomst zal plaatsvinden binnen 70 jaar na 1948, dus voor 2018. Het is volgens de schrijvers ‘5 voor 12’. Daarom stellen ze de vraag, of wij elke dag leven in afwachting van de Opname van de Bruid en de komende start van het 1000-jarig Vrederijk.

De tekenen die Jezus noemt, zijn er: een wereldwijde monetaire crisis, de stijging van voedselprijzen en van inflatie, hevige conflicten in het Midden-Oosten, vele natuurrampen, aardbevingen, oude en nieuwe ziekten. Ook de tekenen van zons- en maansverduistering. En wat het in de ogen van de schrijvers van Wake Up! bijzonder maakt, is dat er in 2014 en 2015 vier achtereenvolgende maansverduisteringen zullen zijn, precies op het Pesach- en het Loofhuttenfeest, terwijl ze in de 21e eeuw niet meer zo opeenvolgend zullen voorkomen. Zo’n opeenvolging van 4 maansverduisteringen op een feest heeft zich in de geschiedenis van onze jaartelling nog maar 7x eerder voorgedaan: te weten in de jaren 162-63, 795-96, 842-43, 860-61, 1493-94, 1949-50 en 1967-68. Volgens hen is het duidelijk, dat dit de momenten zijn waarop het volk Israel en het Joodse volk zwaar te verduren hadden vanwege alle tegenstand. Alle reden om er vanuit te gaan, dat de komende maansverduisteringen voorboden zijn van komende grote gebeurtenissen rondom het Joods volk in relatie met andere naties.

Uitdaging

De schrijvers van Wake Up! dagen de lezer uit om te graven naar diepere informatie dan de tekstuele woorden alleen. De wijze waarop ze dit doen is in mijn ogen behoorlijk speculatief en bij tijden willekeurig.

Als het bijvoorbeeld gaat om Tijdlijn 3 (God werkt in perioden van 490 jaar) moeten ze om de berekeningen kloppend te krijgen een beroep doen op uitzonderingen. Het gaat om de perioden van Gods verlossingskalender. En dat betekent dat je soms jaren niet moet meerekenen omdat toen Gods verlossingsplan stil stond, zoals 48 jaar tussen Abel en Seth, 15 jaar tussen Ismael en Izaak en de 70 jaar van de ballingschap.

Bij de manier waarop ze in Tijdlijn 4 (de geschiedenis in 120 jubeljaren) Gen. 6:3 uitleggen en proberen in te passen in hun rekensysteem heb ik zo mijn exegetische vragen.

Als het gaat om de 70 jaarweken in Tijdlijn 5 vind ik het vrij willekeurig om in de uitleg van de omvang van de eerste 69 jaarweken alles te zetten op de kaart van een letterlijke interpretatie, terwijl de omvang van de aansluitende 70e jaarweek in Tijdlijn 6 juist niet letterlijk is.

De schrijvers stellen verder in Tijdlijn 6 dat het getal 2520 ook een belangrijke rol in het boek Openbaring speelt. Ik heb dat niet kunnen vinden. Johannes spreekt wel over 42 maand of een periode van 3½ tijden, maar die periode wordt over het algemeen omgerekend naar 1260 dagen – wat dan wel weer de helft van 2520 is.

De oproep van de schrijvers van Wake Up! om waakzaam te zijn en uit te zien naar de komst van de Mensenzoon deel ik. Het is belangrijk om nu al je leven en je levensstijl daar op in te stellen. Dat is wat ik van Jezus zelf ook leer in Matteüs 24 : 42: ‘Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt.

Toch heb ik naast de methodische vragen bij de manier van exegetisch rekenen van de schrijvers van Wake Up! drie belangrijke bezwaren om daar in mee te gaan.

Allereerst dat Jezus zelf in Matteüs 24 : 36 zegt, dat niemand weet ‘wanneer die dag en dat moment zullen aanbreken, ook de hemelse engelen en de Zoon niet, alleen de Vader weet het.’ Volgens mij moeten wij daar dan ook maar niet over gaan speculeren.

Ten tweede betwijfel ik ten zeerste het uitgangspunt, dat de schrijvers hanteren. Mijns  inziens hebben de profetieën in het Oude Testament wel degelijk een betekenis en waarde gehad voor de eerste hoorders en lezers. Profetie is niet primair toekomstvoorzegging, maar vooral actueel spreken van God binnen de betreffende context. Door profetieën als ‘puzzelstukjes’ te leggen, zonder rekening te houden met de oorspronkelijke context, en daar allerlei vergaande theorieën en tijdslijnen mee te construeren, doe je geen recht aan de betreffende profetie.

Ten derde kiezen de schrijvers consequent voor een bepaalde letterlijke vervulling van de profetieën over het volk Israel. Voor ik daarmee in zal kunnen instemmen, heb ik behoefte aan een verantwoording van hoe in het Nieuwe Testament zelf deze profetieën worden uitgelegd. Ik denk dan met name aan de manier, waarop Paulus spreekt over de verhouding van het volk Israel en de christelijke gemeente. Maar hiermee loop ik vooruit op het thema van het volgende hoofdstuk van Wake Up!, dat zal gaan over ‘Kerk en Israel. Een aardse strijd?

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s